Skip to main content

Natuurherstelmaatregelen Springendal en Dal van de Mosbeek

Datum : 2 maart 2026
Naam & fractie : Jeanet Nijhof – Leeuw, PVV
Onderwerp : Natuurherstelmaatregelen Springendal en Dal van de Mosbeek
 
Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel
 
Het college/de Commissaris van de Koning wordt verzocht de volgende artikel 56-vragen schriftelijk te beantwoorden:
 
In het Springendal en Dal van de Mosbeek zijn voormalige landbouwgronden aanwezig met hoge historische fosfaatvoorraden, waaronder ijzer gebonden en organisch gebonden fosfaat. Uit wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring blijkt dat bij peilverhoging, vernatting of beekverondieping onder dergelijke omstandigheden fosfaat kan vrijkomen door reductieprocessen (interne eutrofiëring). Dit kan leiden tot verhoogde fosfaatconcentraties in het oppervlaktewater.
 
Tegelijkertijd verplicht de Kaderrichtlijn Water (KRW) lidstaten om verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen (non-deterioration principe) en een goede ecologische toestand te realiseren. Een maatregel die leidt tot meetbare verhoging van fosfaatconcentraties en daarmee tot achteruitgang van de ecologische toestand kan juridisch problematisch zijn.
 
Daarom is een duidelijke volgorde van maatregelen van belang: eerst uitmijnen en het verlagen van de bodem-P-voorraad, daarna pas hydrologische ingrepen zoals peilverhoging of beekverondieping. In het voorliggende project lijkt van deze volgorde te worden afgeweken.
 
Dit roept vragen op over de onderbouwing, de toetsing aan de KRW en de consistentie van het provinciale beleid.
 
1. Is het voor zowel de natuur als waterkwaliteit geen vereiste om eerst uit te mijnen om de P-voorraad in de aangrenzende gronden te verlagen, om daarna pas hydrologische ingrepen zoals peilverhoging of beekverondieping?
 
2. Kan het college onderbouwen waarom ervoor gekozen wordt om tijdens het uitmijnproces gelijktijdig de beek te verondiepen, wetende dat dit voor extra fosfaat uitspoeling zal zorgen?
 
3. Is dit niet in strijd met de KRW?
 
4. Is het ook niet strijdig met de KRW om selectief gronden voor uitmijnen aan te wijzen en gronden van TBO’s hiervan vrij te stellen?
 
5. Welke juridisch houdbare onderbouwing kunt u daarvoor aangeven?
 
De Mosbeek stroomt vanuit het gebied waar het natuurherstel plaatsvindt door het waterwingebied van de drinkwaterwinning Manderveen. Het water van de Mosbeek zakt, vooral in droge periodes, in het waterwingebied in de bodem. In de drinkwaterwinning Manderveen wordt aangegeven dat vermesting het grootste probleem is met betrekking tot de waterkwaliteit.
 
6. Geeft de gekozen volgordelijkheid van natuurherstelmaatregelen (vernatting tijdens het uitmijnen) geen extra risico voor de drinkwaterkwaliteit?
  • Laatste update op .