Schriftelijke vragen Waterveiligheid Springendal
Aan: de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel
Ondergetekende(n) verzoekt/verzoeken om de volgende artikel 56-vragen schriftelijk te beantwoorden door:
☒ het college van Gedeputeerde Staten
☐ de Commissaris van de Koning
Tijdens de Statenvergadering van 1 juli zijn vragen gesteld over de wateroverlast bij Watermolen Bels en de mogelijke relatie met de natuurherstelmaatregelen in het Springendal en Dal van de Mosbeek. Daarbij heeft Gedeputeerde Staten aangegeven dat de gevolgen van de maatregelen zijn doorgerekend en dat de waterveiligheid niet zou afnemen. Inmiddels heeft de provincie echter via een nieuwsbrief aangekondigd dat de werkzaamheden vanaf 3 augustus worden hervat, terwijl Provinciale Staten vanwege het zomerreces geen gelegenheid heeft gehad kennis te nemen van een actuele risicoanalyse naar aanleiding van de recente overstroming en de bijna-incidenten die daarbij hebben plaatsgevonden.
Wanneer zich na de vaststelling van beleid een ernstige overstroming voordoet waarbij mensen ternauwernood veilig konden worden geëvacueerd, is het niet meer voldoende om uitsluitend te verwijzen naar eerdere modelberekeningen. Juist dan mag van een overheid worden verwacht dat zij het voorzorgsbeginsel toepast, de risico's opnieuw beoordeelt en Provinciale Staten hierover informeert voordat werkzaamheden worden voortgezet. Nu de provincie heeft aangekondigd de werkzaamheden op 3 augustus te hervatten, terwijl Provinciale Staten door het zomerreces geen gelegenheid heeft gehad hierover het debat te voeren, ziet de PVV-fractie aanleiding tot de volgende aanvullende vragen.
Daarom heeft de PVV-fractie de volgende aanvullende vragen.
1. Kan GS bevestigen dat de werkzaamheden vanaf 3 augustus worden hervat, terwijl Provinciale Staten nog geen afzonderlijke risicoanalyse heeft ontvangen van de gevolgen van de reeds uitgevoerde en nog uit te voeren maatregelen voor waterveiligheid, omwonenden en ondernemers?
2. Is na de overstroming een onafhankelijke evaluatie uitgevoerd naar de mogelijke invloed van de reeds uitgevoerde natuurherstelmaatregelen op de waterafvoer tijdens extreme neerslag? Zo ja, kan deze met Provinciale Staten worden gedeeld? Zo nee, waarom niet?
3. Op basis van welke actuele gegevens concludeert GS dat de natuurherstelmaatregelen geen bijdrage hebben geleverd aan de overstroming, terwijl het gebied volgens eerdere stukken moeilijk modelleerbaar is en tijdens de uitvoering al bleek dat de praktijk op onderdelen afwijkt van de uitgangspunten van het PIP?
4. Kan GS uitsluiten dat verdere verondieping van watergangen, het verwijderen van drainage en het vervangen van duikers door voordes lokaal leiden tot hogere waterstanden of snellere overstromingen bij piekbuien?
5. Is het waterschap gevraagd de waterveiligheid opnieuw te beoordelen op basis van de feitelijke gebeurtenissen van juni 2026, of wordt uitsluitend uitgegaan van eerdere modelberekeningen?
6. Is GS bereid een onafhankelijke second opinion uit te laten voeren op de hydrologische effecten van de maatregelen, waarbij ook praktijkmetingen en kennis van omwonenden worden betrokken?
7. Welke aansprakelijkheid rust op de provincie indien achteraf blijkt dat provinciale maatregelen aantoonbaar hebben bijgedragen aan schade of gevaarlijke situaties?
8. Acht GS het verantwoord om de werkzaamheden te hervatten voordat deze vragen zijn beantwoord en de risico's opnieuw zijn beoordeeld?
9. Kan GS de toezegging m.b.t. de vraag tijdens de PS-vergadering van 1 juli “Is de Provincie Overijssel, door het vaststellen van een PIP waar maatregelen – zoals bijv. verontdiepen watergang-, verantwoordelijk voor de gevolgen die daaruit voortvloeien, zoals bijvoorbeeld overstroming?” beantwoorden.
10. Is GS bekend met het feit dat direct omwonenden en grondeigenaren die zich midden in het getroffen gebied bevinden aangeven niet te zijn betrokken bij het onderzoek naar de oorzaken van de wateroverlast? Zo ja, hoe beoordeelt GS de volledigheid en betrouwbaarheid van een onderzoek waarin de kennis en praktijkervaring van direct betrokken bewoners en ondernemers niet of onvoldoende is meegenomen?
11. GS geeft aan dat onderzoek is verricht naar de wateroverlast. Kan GS aangeven door wie dit onderzoek is uitgevoerd, welke onderzoeksvragen daarbij centraal stonden, welke gegevens zijn gebruikt en welke direct omwonenden, agrariërs en ondernemers in het getroffen gebied daarbij zijn geraadpleegd?
12. Kan GS bevestigen of bewoners en ondernemers direct stroomopwaarts van Watermolen Bels, waaronder de bewoners van Watermolen Frans en de aangrenzende agrarische bedrijven, zijn betrokken bij dit onderzoek? Zo nee, hoe kan GS dan stellen dat de gebiedskennis en praktijkervaring voldoende zijn meegenomen in de conclusies?
Gezien de urgentie verzoeken wij om beantwoording voor 3 augustus.
Jeanet Nijhof-Leeuw PVV
- Laatste update op .